Het Soay schaapje is
één van de zeldzaamste, primitieve rassen die nog zo dicht bij de
natuur staan. Het is een bijzonder klein ras, rammen wegen zo'n 25-35
kilo kilo en de ooien 20-30 kilo. De schofthoogte zit op gemiddeld 61
cm. De rammen hebben prachtige gedraaide horens, de ooien zijn hoornloos
of hebben veel lichtere horens. De meest voorkomende kleur is een soort
wildkleur; bruin met lichtere aftekeningen aan de buik, poten,
achterhand (zoals bij een ree, de "spiegel"), onderkant kaak
en strepen op de kop en boven de ogen. Toch zijn er ook Soays die egaal
zwart of wit zijn, doch deze zijn ver in de minderheid.
De Soay is genoemd
naar het eiland waar het vandaan komt, het eiland Soay van de St.
Kilda's eilanden ten noordwesten van Schotland. Men vermoed dat deze
schaapjes door de Vikingen zijn meegenomen als voedsel en op de St.
Kilda's zijn achtergelaten omdat de Soay verwantschap vertoont met de
Scandinavische korststaart rassen.

foto: Smokey Valley Farm
De Soay is een wat
schuchter schaap dat door veel aandacht en uit de hand voeren een
vriendelijk dier kan worden maar het wilde gaat er nooit helemaal uit.
Een ander opmerkelijk feit is dat de Soay in de zomer zijn vacht
verliest. Er bestaan twee vachttypen; een harige vacht met wat onderwol
zoals primitieve rassen dat hebben en een meer wollige vacht die
gebruikt kan worden voor de handspinnerij. Beide typen vacht vallen in
de ruiperiode vanzelf uit.
De ooien zijn alleen
bronstig tussen november en februari en kennen geen problemen bij het
aflammeren. Overigens is de Soay een oorsterk schaap dat zelden ziek is.
In Nederland bestaat
een fokkersvereniging van het Soay schaap.

foto: Smokey Valley Farm